Hoe de streek voelt
De Costa Blanca heeft twee helften. In het noorden, de Marina Alta, lopen de bergen door tot in zee: kapen, kliffen en kleine baaien met helder water, en dorpen die tegen een helling liggen. Verder naar het zuiden wordt de kust vlakker en voller, met de torens van Benidorm en daarna Alicante, de stad met haar kasteel op de Benacantil. Wie een vakantiehuis zoekt, kijkt meestal eerst naar het noorden, naar een terras op de zon en een zwembad met zicht op zee.
Het licht is er helder en er valt weinig regen. Achter de kust begint meteen het land van de sinaasappels, de olijven en de wijnranken op oude terrassen. Je zwemt ’s middags in een baai, eet ’s avonds vis in een haven en rijdt de volgende ochtend een dal in met wijnhuizen.
Je vliegt op Alicante (ALC) of Valencia (VLC); van Eindhoven naar Alicante ben je ± 2 u 30 onderweg. Toeristenbelasting betaal je hier niet: de Valenciaanse regio schafte die af voordat hij inging.
Kust of binnenland
Aan de kust kies je tussen zand en rots. Het Arenal in Xàbia heeft fijn zand en ondiep water, en ten noorden van Dénia liggen de lange zandstranden van Les Marines: prettig met kleine kinderen. Helemaal in het zuiden van Xàbia ligt de Granadella, een rotsige baai met kristalhelder water, ideaal om te duiken. Langs de kust van Benissa wisselen kliffen, rotsige inhammen en kleine zandstranden elkaar af. Altea heeft stranden van grind en keien; neem daar waterschoenen mee.
Het binnenland ligt dichtbij en voelt toch als een andere streek. In het dal van Xaló staan wijnhuizen en riuraus, de oude bogengalerijen waaronder druiven tot rozijnen droogden. El Castell de Guadalest zit met zijn kasteel boven op een loodrechte rots, met een stuwmeer in het dal, waar je omheen kunt wandelen. Bij Callosa d’en Sarrià stort de rivier de Algar zich over de watervallen van de Fonts de l’Algar.
Een huis in het binnenland is stiller en ruimer, maar je rijdt voor elke stranddag. Aan de kust loop je naar het water en deel je het in de zomer met meer mensen. Voor een gezin met jonge kinderen weegt dat strand op loopafstand meestal het zwaarst; wie wil wandelen en lezen, zit in de heuvels beter.
Kies je plaats
Xàbia (Jávea)
Xàbia ligt aan een brede baai tussen twee rotsige kapen, met de Montgó erachter. Het zijn eigenlijk drie plaatsen in één. De oude kern heeft smalle middeleeuwse straten, witte gevels met gotische ramen en de kerk van San Bartolomé, met de overdekte markt ernaast. De haven, Duanes de la Mar, is een buurt van lage vissershuisjes waar de vangst nog in de visafslag wordt geveild. Het Arenal is het strand, en daar is het op zomeravonden tot laat levendig. Langs de kust liggen vier kapen, waaronder de Cap de Sant Antoni en de Cap de la Nau, met uitkijkpunten hoog boven zee. Xàbia past bij gezinnen die een zandstrand willen en bij wie elke dag een andere baai wil proberen.
Moraira
Moraira hoort bij de gemeente Teulada en is kleiner en stiller dan Xàbia: een vissersdorp dat badplaats werd, met een jachthaven, een vismarkt en een kustfort uit de achttiende eeuw. In de baaien rond het dorp, zoals Les Platgetes, bekijk je met alleen een snorkel en een duikbril het leven op de bodem. Achter de kust liggen bergen en wijngaarden. Moraira past bij stellen en bij wie rust zoekt, met een restaurant op loopafstand en verder weinig vertier.
Altea
Altea, al in de Marina Baixa, heeft voor ons de mooiste oude kern van deze kust: witte huizen op een heuvel, smalle steegjes, de oude stadspoorten en bovenaan de kerk van Nuestra Señora del Consuelo met haar koepel van blauwe en witte tegels. Tussen de huizen kijk je vanaf kleine uitkijkpunten over zee. Beneden aan zee liggen stranden van grind. Kies Altea als je ’s avonds door een oud centrum wilt wandelen en een kiezelstrand voor lief neemt.
Calp
Calp is een echte stad aan de voet van de Penyal d’Ifac, de kalkrots die uit zee oprijst en met een smalle landtong aan de kust vastzit. De stad heeft twee lange zandstranden, Arenal-Bol en La Fossa, en bij de stad ligt Les Salines, een zoutmeer waar watervogels zitten en waar je over een vlak pad omheen loopt. In de oude kern staan nog resten van de stadsmuur uit de dertiende eeuw. Calp past bij wie strand, winkels en restaurants dicht bij elkaar wil hebben.
Dénia
Dénia is de hoofdplaats van de Marina Alta, met een burcht op een heuvel midden in de stad en een haven waar de veerboten naar Ibiza en de andere Balearen vertrekken. De kust splitst zich in tweeën: in het noorden Les Marines, met brede zandstranden, in het zuiden Les Rotes, waar na een zandstrand de rotsige baaien beginnen. Dénia staat bij UNESCO te boek als creatieve stad van de gastronomie. Het past bij gezinnen die zand willen en bij wie een stad zoekt met een eigen leven naast het toerisme.
Villajoyosa
Villajoyosa is de hoofdplaats van de Marina Baixa, aan de kust boven Alicante. Aan zee staan de vroegere vissershuizen in felle kleuren geschilderd, de vissershaven is nog in bedrijf en de stad is bekend om haar chocolade: er zijn fabrieken die je kunt bezoeken en een Valenciaans chocolademuseum. Langs de kust staan oude wachttorens en de Romeinse graftoren van Sant Josep. Het past bij wie een gewone Spaanse stad met strand zoekt, waar het toerisme niet alles bepaalt.
Wat je er doet
Beklim de Montgó, het natuurpark tussen Xàbia en Dénia. De klim vanaf de voet van de berg duurt een paar uur en vraagt stevige schoenen; boven kijk je over de kust en de zee, en op een heldere dag zie je Ibiza liggen. Wie het rustiger wil, loopt in Calp om het zoutmeer of gaat naar het bezoekerscentrum aan de voet van de Penyal d’Ifac.
Snorkel in de Granadella of in de baaien van Les Rotes en Moraira. Kijk in Xàbia hoe de vissersboten binnenkomen en de vis wordt geveild, of ga op zaterdag naar de rommelmarkt van Xaló en sluit af met een proeverij bij een wijnhuis in het dal. In Villajoyosa zie je hoe chocolade wordt gemaakt.
Voor een dag stad klim je in Alicante naar het kasteel van Santa Bàrbara, met uitzicht over de hele baai. En vanuit Dénia steek je met de veerboot over naar Ibiza.
Wanneer je gaat
De beste maanden zijn juni tot en met september: lange, droge dagen en zeewater van ± 26 °C in augustus. In juli en augustus is het in de badplaatsen en op de stranden het drukst.
Mei en oktober zijn milder en de mooiste maanden om te wandelen of te fietsen. September is de natste maand van het jaar, al valt er dan nog altijd weinig regen. In de winter blijft het zacht, en een zonnige dag in januari is goed genoeg voor de Montgó.
Minder geschikt voor
Wie met de auto wil. Vanaf Utrecht is het ± 20 u 45 rijden zonder pauzes, 1.970 km. Dat zijn minstens twee lange dagen met een overnachting in Frankrijk, met kinderen eerder drie, en dan moet je ook nog terug. Voor een week of twee is vliegen en ter plaatse een auto huren bijna altijd de betere keuze; die auto heb je hier toch nodig.
De maanden
| Streek | J | F | M | A | M | J | J | A | S | O | N | D |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Costa Blanca | rustig | rustig | rustig | rustig | rustig | fijn | hoogseizoen | hoogseizoen | fijn | rustig | rustig | rustig |
Bijgewerkt op

